17 Nov

Wij zijn trots op woongroep Manna

In juli 2013 nam Zorggroep Manna woongroep Roombeek over van stichting Timon. Verantwoordelijk manager Zorg en Welzijn André Kuipers blikt terug en hoopt dat het niet bij één woongroep zal blijven.

Wat was de aanleiding voor Manna om de woongroep over te nemen?
‘Woongroep Roombeek is opgericht door Timon. Deze organisatie richt zich op zorg voor gezinnen, jongeren en jongvolwassenen, met name in de Randstad. Zij hebben het concept bedacht waarin kernbewoners en meewoners met elkaar een woongroep vormen. Wij werken net als Timon vanuit een christelijke grondslag. Omdat we beschikken over een groot netwerk in Enschede en omgeving hoefden we er niet lang over na te denken om woongroep Roombeek over te nemen.’

Waarom heeft Manna juist gekozen voor dit Timon-concept?
‘Timon heeft ervaring met verschillende woongroepen waardoor het concept staat als een huis. De jeugdzorg loopt tot 18 jaar en daarna vallen jongvolwassenen nogal eens in een gat. De woongroep kan zo’n val helpen voorkomen. In de woongroepen kunnen jongvolwassenen aan zichzelf werken in een kleinschalige veilige woonomgeving. Er wordt gewerkt aan zelfredzaamheid en participatie in de maatschappij. Geen langdurige afhankelijkheid dus.’

Hoe kijk je terug op de ontwikkelingen binnen woongroep Roombeek?
‘Wij zien vooral zeer enthousiaste bewoners in de woongroep. Omdat we afgelopen jaren niet alle woningen gevuld kregen, werd de druk op de huidige kernbewoners groter. Het contact tussen die kernbewoners en begeleiders van Zorggroep Manna is belangrijk. Daar hebben we veel aandacht aan besteed.
Verder hebben we geleerd dat het goed is om de verwachtingen tussen meewoners en de begeleiding van Zorggroep Manna zo helder mogelijk af te stemmen. Er wordt bijvoorbeeld verwacht dat je een baan hebt, vrijwilligerswerk doet of een opleiding volgt.’

Hoe kijk je naar de toekomt van de woongroep en de rol van Manna daarin?
‘De betrokkenheid met de kerken en geloofsgemeenschappen is belangrijk. Zorggroep Manna trekt deze banden aan. Sommige zaken kunnen nog beter worden beschreven om het woongroep-concept te waarborgen. De verantwoordelijkheid voor huisvestingszaken en begeleiding worden nog beter van elkaar gescheiden zodat begeleiders de meewoners nog beter kunnen ondersteunen. We merken dat de behoefte aan een voorziening als de woongroep groot is. Wanneer de bekendheid toeneemt is de vraag of één woongroep voldoende is.’